0 items

Hst4 Chemische bindingen

  • anion:  Een anion is een negatief geladen ion.
  • apolaire binding:  Een apolaire binding is een binding waarbij het verschil in EN-waarde  van de bindingspartners nul is.
  • apolaire molecule:  Een apolaire molecule is een molecule die niet polair is.
  • atoombinding:  De atoombinding of covalente binding treedt op tussen twee niet-metaalatomen. De atomen stellen hun ongepaarde elektronen gemeenschappelijk.
  • atoomrooster:  In een atoomrooster zijn alle atomen aan mekaar gebonden in een groot, stevig en regelmatig rooster dat zich onbeperkt kan uitbreiden.
  • bindingselektronen:  Bindingselektronen zijn elektronen die een bindend elektronenpaar  vormen.
  • bindingsenergie:  De bindingsenergie is de potentiële energie de vrijkomt wanneer  twee atomen binden.
  • bindingshoek:  De bindingshoek is de hoek tussen twee bindingen van eenzelfde atoom.
  • bindingslengte (r0):  De bindingslengte is de afstand tussen de atomen waarbij de afstotingskracht en de aantrekkingskracht even groot zijn.
  • brutoformule:  De brutoformule van een stof geeft het aantal atomen van elke  atoomsoort weer waaruit de molecule van die stof is opgebouwd. In geval van ionverbindingen geeft de brutoformule de verhouding van  voorkomen van de verschillende elementen weer.
  • covalente binding: Atoombinding
  • dipoolkarakter:  Dipoolmoleculen of polaire moleculen hebben een dipoolkarakter. Hoe groter de deelladingen, hoe groter het dipoolkarakter.
  • dipoolkrachten:  Dipoolkrachten zijn intermoleculaire krachten die optreden tussen  polaire moleculen.
  • dipoolmolecule:  Een dipoolmolecule is een molecule met een positieve en een negatieve pool.
  • dispersiekrachten:  Dispersiekrachten zijn intermoleculaire krachten die optreden ten  gevolge van beweging van elektronen binnen de moleculen.
  • donor-acceptor atoombinding:  De donor-acceptorbinding is een atoombinding die optreedt tussen  twee niet-metaalatomen wanneer het ene atoom al   edelgasconfiguratie heeft bereikt en het andere atoom twee  elektronen tekort heeft voor een edelgasconfiguratie.
  • elektronegatief element:  Een elektronegatief element is een element dat elektronen kan  opnemen om een stabiele edelgasconfiguratie te bekomen. Een elektronegatief element vormt negatieve ionen of anionen.
  • elektronegatieve waarde:  De elektronegatieve waarde van een atoom geeft aan  hoe sterk het atoom de neiging heeft om de   bindingselektronen naar zich toe te trekken.
  • elektropositief element: Een elektropositief element is een element dat elektronen kan  afgeven om een stabiele edelgasconfiguratie te bekomen. Een elektropositief element vormt positieve ionen of kationen.
  • hybridisatie:  Hybridisatie is het combineren van orbitalen tot mengorbitalen of  hybride orbitalen.
  • inert:  Een inerte stof, is een stof die weinig reactief is.
  • intermoleculaire krachten:  Intermoleculaire krachten zijn krachten tussen moleculen onderling.
  • intramoleculaire krachten:  Intramoleculaire krachten zijn de chemische bindingskrachten tussen de atomen van een atoomverbinding.
  • ion:  Een ion is een geladen deeltje.
  • ion-dipoolkrachten:  Ion-dipoolkrachten zijn de sterke aantrekkingskrachten tussen ionen en dipoolmoleculen.
  • ionbinding:  Een ionbinding treedt op tussen metaalionen en niet-metaalionen
  • ionisatie-energie (IE):  De ionisatie-energie is de energie die nodig is om een elektron aan  een atoom in gastoestand te onttrekken.
  • ionrooster:  In een ionrooster zijn alle ionen geordend volgens een regelmatig  patroon.
  • kation:  Een kation is een positief geladen ion.
  • kristalwater:  Kristalwater zijn de watermoleculen die in het ionrooster van een hydraat zitten ingebouwd.
  • lewisformule:  De lewisformule is een voorstelling van een molecule waarbij alle valentie-elektronen van de aanwezige atomen zijn weergegeven.
  • lewisnotatie:  Bij de lewisnotatie worden rond het symbool van het element de  valentie-elektronen weergegeven.
  • metaal:  Een metaal is eenelektropositief element. Een metaal geeft elektronen af om de edelgasconfiguratie te bekomen. Er ontstaat een positief ion of kation.
  • metaalbinding:  Een metaalbinding is een binding waarbij de metaalatomen hun  elektronen van de buitenste schil afgeven. De hierbij ontstane positieve metaalionen vormen samen met de afgegeven elektronen  de basis van het metaalrooster. De losgekomen elektronen kunnen zich vrij bewegen tussen de metaalionen.
  • metaalrooster: In een metaalrooster zitten positieve metaalionen op regelmatige afstand van elkaar. De losgekomen elektronen kunnen zich vrij bewegen tussen de metaalionen.
  • molecuulorbitaaltheorie:  De molecuulorbitaaltheorie beschrijft de vorming van een atoombinding als de overlap van twee atoomorbitalen.
  • molecuulrooster:  In een molecuulrooster zijn zwakke krachten actief tussen de moleculen van atoomverbindingen.
  • niet-metaal:  Een niet-metaal is een elektronegatief element. Een niet-metaal  neemt elektronen op om de edelgasconfiguratie te bekomen. Er ontstaat een negatief ion of anion.
  • normale atoombinding:  Een normale atoombinding treedt op tussen twee niet-metaalatomen wanneer beide atomen hun ongepaarde elektronen gemeenschappelijk stellen.
  • orbitaal: Een orbitaal is een voorstelling van het trefkansgebied om een  elektron aan te treffen rond de atoomkern.
  • π-binding:  Bij een π-binding gebeurt de overlapping door de p-orbitalen die loodrecht op de bindingsas staan.
  • polaire binding:  Een polaire binding is een binding tussen elementen met een verschillende EN-waarde.
  • polaire molecule: dipoolmolecule
  • ruimtelijke structuur:  De ruimtelijke structuur van een molecule wordt bepaald door het geheel van bindingslengten en bindingshoeken.
  • σ-binding:  Bij een σ-binding gebeurt de overlapping door orbitalen die volgens de bindingsas gepositioneerd zijn.
  • sigmabinding: σ-binding.
  • sp-hybridisatie:  Bij sp-hybridisatie wordt één s-orbitaal gemengd met één p-orbitaal.
  • sp2-hybridisatie:  Bij sp2-hybridisatie wordt één s-orbitaal gemengd met twee p-orbitalen.
  • sp3-hybridisatie:  Bij sp3-hybridisatie wordt één s-orbitaal gemengd met drie p-orbitalen.
  • sterisch getal (SG):  Het sterisch getal van een atoom is de som van het aantal gebonden  atomen en het aantal vrije elektronenparen.
  • structuurformule:  De structuurformule is een tweedimensionele weergave van de verschillende atomen en alle atoombindingen ertussen.
  • VSEPR:  Met het VSEPR-model kunnen de  bindingshoeken in een molecule voorspeld worden.
  • Waterstofbrugkrachten: Waterstofbrugkrachten zijn intermoleculaire krachten die ontstaan tussen moleculen waarin een waterstofatoom gebonden is aan fluor,zuurstof of stikstof.

Aanmelden

Zoektermen

Een UCLL project

logo lerarenopleidinglogo UCLLlogo Vakdidactieklogo Art of Teaching

Partners

logo covalent

translate »